安雨雯 Annekee

安遊記

ān yóu jì · travel notes van Annekee

Taipei ’23 – dag 33: Verkeer(d) en zweet

Goedendag!

De mijne begon wat minder goed. Ik had mijn hoofd gisteravond namelijk nogal hard gestoten aan het hoekje van het badkamerkastje. Iets met haren uit een borstel in de prullenbak willen gooien en dan zonder na te denken opstaan. Gisteren had ik er geen last van, vanochtend vroeg was ik te slaperig, maar eenmaal op school… Hoofdpijn, precies vanaf dat plekje, zo erg dat ik er misselijk van werd. Ik had niet echt heel veel aandacht voor de les. Toen ik me na tweeënhalf uur wat beter voelde kwam er nog een klasgenootje binnen. Daarna voelde ik me weer net zo rot als voorheen, want klasgenootje in kwestie (nee, is niet watervalmeneer) had er blijkbaar voor gekozen niet aan persoonlijke hygiëne te doen.

Holy shit wat stonk dat kind.

Echt niet goed.

Alsof klasgenootje gisteravond voor ‘t laatst onder een koude douche is geweest, toen in 30 graden heeft geslapen, en vanochtend de berg 象山 Xiangshan is opgefietst. Om daarna dan direct, in sportkleren, door te gaan naar school. Die sportkleren klopten overigens ook.

Mensen, persoonlijke hygiëne is géén persoonlijke keuze in een land waar het structureel 40 graden is. Het is óók geen deel van je vrijheid. Je moet gewoon minstens één keer per dag onder de douche. Warm, én met zeep. Als je dat niet doet gaat het zweet er niet af, en dan mag iedereen om je heen meegenieten met al jouw opnieuw opgewarmde lichaamssappen. Dat kan je hier echt niet maken. Ondanks dat dit een land is met tropische temperaturen stinkt men in de metro nauwelijks, ook niet om half zes ‘s avonds. En nou snap ik wel dat dat vooral mensen zijn die zich de hele dag in een kantoor met airco bevinden, ik ben er ook van overtuigd dat de mensen hier uit overweging voor de ander nooit zo stinkend voor de dag zullen komen. Ze zijn hier goed vindingrijk, ook daar is vast een oplossing voor gevonden (naast deo natuurlijk).

Een docent Chinees vertelde mij ooit dat één van de grootste stereotypen die Chinezen of Taiwanezen hebben tegenover westerlingen is dat ze stinken. Nou geloof ik ook best wel dat de één wat meer zweet produceert dan de ander, maar dit klasgenootje maakt het stereotype gewoon waar. Het stinkt zo verschrikkelijk dat ik er ook tijdens de lunch niet naast wil zitten. Buiten het feit dat ik er nu al zo veel last van heb wil ik er niet bij horen. Ik zou me kapot schamen. En voor mijn net weggeëbde misselijkheid is dit ook een soort terugkeercommando. Helaas.

Het laatste uur spelen wij mahjong. Specifiek de Taiwanese versie (dus ik wil geen discussies over regels, die ken ik toch nog steeds niet goed genoeg, weet alleen dat er veel verschillende versies zijn). De docent heeft een beetje keelpijn, zegt ze. Als we dat gaan spelen dan hoeft ze het alleen uit te leggen en niet zo veel te praten. “Famous last words,” hoor ik Marc in gedachten zeggen. Ik denk niet dat wij (drie van de vier heeft dit spel nog nooit gespeeld) dit zomaar door hebben. Dat blijkt te kloppen… arme docent. Gelukkig heeft ze wel hulp. Klasgenootje zonder persoonlijke hygiëne blijkt ook een tweede identiteit als mahjongbetwetertje te hebben. Dat maakt het voor ons niet per sé leuker. De stenen worden uit onze handen gegrist en onze beurten worden voorgesnauwd. De docent heeft weinig kans meer om het ons in het Mandarijn uit te leggen. Geheel in stijl van het wél weten maakt ze vervolgens een fout waar ze zelf een goed kwartier later nog last van heeft. Voelt een beetje alsof ze dit over zichzelf heeft afgeroepen. Fouten maken is niet erg, maar accepteer dan wel dat een ander het ook niet gelijk kan. Muts. 🤓

Na de les besluit ik dat – gezien mijn geringe eten gisteravond – het wel wijs is direct iets te eten. Ik had gisteren veel geluncht en weinig avond gegeten. Niet té weinig, maar in combinatie met hoe ik nu wakker ben geworden niet echt fijn. Terwijl ik op de autopilot naar het noedeltentje op de 師大夜市 Shida Night Market loop ontwijk ik de zon. Van schaduw naar schaduw, langzaam. Bij het noedeltentje eet ik langzaam een kom noedels ongeveer vier vijfde leeg. Het laatste gaat niet meer, dan komt ‘t weer naar buiten. En het irritante is, dit is niet omdat ik geen honger heb. Dat heb ik wel. Maag leeg, Kee slap. Maar door de misselijkheid absoluut geen trek.

Na het eten voel ik me tenminste iets sterker. Net zo langzaam als dat ik erheen ben gewandeld ga ik nu weer naar huis. Thuis drink ik een grote fles water op (niet dat ik daar een tekort aan had, want ik had op school ook al drie flessen op), neem ik een paracetamol tegen de hoofdpijn en ga ik op bed hangen. Kletsen met thuis. Dat is fijn. ❤️ Langzaam gaat de hoofdpijn weg. Ik ben er nog steeds wel moe van, dus ik besluit dat ik deze middag gewoon lekker thuis ga hangen en puzzeltjes ga maken. Morgen maar weer naar buiten, dat kan ik vast wel weer aan! Ik wil alleen dingen doen als ik me helemaal goed voel. Vrij nemen mag ook, en dat is vanmiddag.

Ik ga wel even goed avondeten vandaag, omdat ik morgen weer om 9 uur les heb en daar iets meer aan wil hebben dan dat ik er vandaag aan had. Ik Googel een tentje waar ze 滷肉飯 (Taiwanees stoofvlees) verkopen. Dat is er, op nog geen tien minuten lopen. Ondertussen is het bijna donker, dus ik kan zonder dat ik de zon hoef te ontwijken naar buiten. Yay! Ik wandel naar het tentje en kom onderweg een buschauffeur tegen die erg druk staat te bellen. Zijn bus staat met de deuren open en het nummer er nog op aan de kant van de weg. Hij staat er nog niet zo lang, want ik voel nog koude aircolucht uit de bus komen. Bijzonder tafereel. Ik dacht eigenlijk dat ze hier wel zo streng waren dat je als dienstdoende buschauffeur niet zomaar langs de weg even een telefoontje kon plegen?

Naja, het zal wel.

Ik bestel 一份滷肉飯,一條香腸,外帶 een portie stoofvlees, een worstje, en ik wil het graag meenemen naar huis. Dat heb ik binnen nog geen drie minuten in mijn handen (blijft toch verbazingwekkend). Ik moet er 80 dollar voor betalen. Dat is… 2,29 euro. Het is niet echt een heel gebalanceerde maaltijd, want er zit geen groente bij. Maar het stoofvlees is wel erg lekker. Het worstje, dat ik toch maar eens wilde proberen, blijkt niet zoutig maar zoet te zijn. Aparte ervaring. De eerste helft ben ik er fan van, de tweede helft niet meer. Het laatste stukje worst eindigt niet in mijn maag, maar in de prullenbak. Het stoofvlees gaat wel helemaal op!

Nog even wat over de weg terug.

Er zijn hier straatjes zó smal, daar kan geen auto doorheen. Gelukkig staan er wel overal stopstrepen, ongeveer de breedte van twee autobanden. Nou hoor ik jullie zeggen: “Dat is toch voor de scooters?” Yeah, you wish they stopped. Die stoppen echt helemaal nooit. Dus dat kan niet waar zijn… 🤓

Maar wacht even, want het verhaal van de buschauffeur is nog niet klaar. Die ben ik op de weg terug nog een keertje tegengekomen (wat gek, zelfde weg terug, nee, niet gek dus). Hij staat er nog steeds, maar er staat nu ook een politieauto voor. Daar weer voor staat een zwarte auto met een toch wel heel nare kras op de zijkant. Ah, auto kwam bus tegen, bus won, auto-eigenaar niet blij. Politie nu foto’s maken. Geen idee hoe dit soort dingen hier verder gaan, maar het lijkt me geen fijne situatie voor een ieder.

Alhoewel ik het ook helemaal niet gek vind. Ze rijden hier als gekken. Zonder om zich heen te kijken in véél te grote auto’s. Gelukkig volgen ze nog wel de lijnen op de weg, maar daar is ook echt alles mee gezegd. Men toetert hier niet idioot veel. Dat lijkt wel alleen te gebeuren wanneer echt nodig. En dat is dan weer bij rijgedrag dat zelfs de Taiwanezen belachelijk vinden. Kan je nagaan hoe ver dat dus gaat. Iets van met 20 km/u invoegen op een weg waar iedereen minstens 80 rijdt. Het fenomeen voetganger heeft voorrang op het zebrapad is hier nog vrij nieuw. Vroeger bouwden ze namelijk gewoon voetgangersbruggen bij drukke wegen, zodat de auto’s niet hoefden te stoppen en de voetgangers toch nog levend de overkant konden bereiken. Ook een paar jaar na invoer van dit nieuwe voetganger-heeft-wél-voorrang-beleid gedraagt menig automobilist zich nog alsof ze van niks weten. Bij oversteekplaatsen zonder stoplicht moet je immer in staat zijn het vege lijf te redden. Uit puur principe gaan lopen en een auto tot stoppen dwingen is gewoon dom, want dan kom je geheid een stuk sneller in het ziekenhuis terecht dan als je dat in Nederland doet. Tsja, je hebt misschien je punt gemaakt, maar de gevolgen ervan zijn wel naar. Doe ik dus maar niet, ondanks dat ik zeker weet dat mijn mening op mijn voorhoofd geschreven staat. Hopelijk alleen maar in het Nederlands, maar ik vrees het ergste.

Ik droom namelijk nu af en toe in het Chinees. Heel gek. Het zijn ook vaak halve nachtmerries. Niet erg genoeg om naar van wakker te worden, hoor. Meestal is de situatie als volgt: mensen die mij dierbaar zijn zitten ergens opgesloten, hoogstwaarschijnlijk een Chinese gevangenis. Ik zit er zelf ook bij. Met enige onderhandeling in het Chinees komen we er wel uit, maar ik ben de enige die dat kan. Verzin dan de woorden maar! Het gevolg is wel dat ik het Chinese woord voor ‘gevangenis’ best goed ken(監獄)maar of ik daar nou blij mee moet zijn? Kan je vertellen dat wel vier paar ogen je verbaasd aankijken als je dat woord in de klas toch ineens blijkt te weten… Wel leuk. 😇

Morgenmiddag is het plan dat wij een ijsje gaan eten. Daar ga ik jullie dan morgen alles over vertellen, want Taiwan heeft een heel specifiek ijsje dat blijkbaar heel bekend is hier. Ik heb het nog nooit gegeten, maar zoals in lijn der verwachting gezien mijn achternaam ben ik ook groot ijsfan.

明天再聊吧!Morgen kletsen we weer!

🧺